niçæ

Nick Caers verrijkt zijn drumklank tot een unieke, eigen sound

Hij wilde ooit astronaut worden, maar die plannen heeft Nick Caers (23, Hoeselt) opgegeven. Drummen sprak hem ook altijd aan. Op zijn laatste jaar op PXL-Music wilde hij – in zijn eentje – onderzoeken hoe hij het klankspectrum van zijn drumkit kon uitbreiden. Daar kwamen onder ander springveren, knikkers en teennagels van een lama bij aan te pas. 

Hij heeft een EP opgenomen onder de noemer Nicae, en daarop speelt hij alle composities in zijn eentje. Ze kregen vreemd geschreven namen mee. Thais? “Nee, Singalees” verbetert hij. “De taal die in Sri Lanka wordt gesproken. Mijn moeder komt van daar.”  

Is hij met percussie instrumenten van daar aan de slag gegaan om zijn drumkit aan te vullen? “Ook, maar andere toevoegingen komen dan weer uit Afrika of Zuid-Amerika. Chinese cimbaaltje zijn er bijgekomen en een shaker gevuld met teennagels van lama’s. Dat geeft toch weer nét een ander geluid dan een gewone shaker. Het is een van mijn favoriete toevoegingen.” 

Knikkers 

“Wat ik wilde doen, is onderzoeken hoe ik de klank van mijn drumkit kon verbreden, om zo live tot een echte performance te komen. Meer dan alleen maar een drummer die speelt op zijn instrument.” 

Hij begon zijn zoektocht met te bestuderen hoe anderen dat deden. Iemand als Dan Mayo bijvoorbeeld. “Een Israëlische drummer die me echt de ogen heeft doen openen. Hij deed me beseffen dat je meer kan zijn dan enkel een drummer die deel uitmaakt van een ritmesectie.” 

Nick wilde niet kopiëren, maar zich laten inspireren. Want het doel was om een eigen sound te vinden, en ook om zijn eigen composities – enkel hij op drum – niet ‘saai’ te maken voor luisteraars. “Ik ging op zoek hoe ik de drumkit an sich anders kon doen laten klinken. Bijvoorbeeld door met een andere stok te slaan, of met een houten lepel. Ik heb ook het principe van de prepared piano van John Cage bestudeerd en dat toegepast op de drums. Ik spande bijvoorbeeld een gitaarsnaar op mijn snaredrum. Ik liet er knikkers over rollen, ik sneed cymbalen aan stukken of verwerkte springveertjes in mijn snaredrum die een bepaalde resonantie opwekken. Je kan ook een vibrator op de cymbalen laten trillen. Ik heb er geen in huis, maar het staat op mijn checklist. Met zulke dingen experimenteerde ik, tot ik iets voelde: ‘ah, dat klinkt cool’. Veel trial en error hoor.” 

“Een vibrator staat nog op mijn checklist”

Mee op reis 

Naast een akoestisch onderzoek, spitste hij zich ook toe op techniek en elektronica. “Ik heb gewerkt met Trigger, software waarmee je op een innovatieve manier je klank kan verbreden. Je hoort bijvoorbeeld baslijntjes in mijn nummers, die zijn daarmee gemaakt. Ik zou graag met een technicus live willen samenwerken die in real time de effecten en het pallet aan klanken mee helpt bij de luisteraar brengen. Op Vuurdoop live was ik van plan om het immersive aan te pakken: ik in het midden, en de toeschouwers om me heen, zodat ze echt ín de muziek, in mijn vibe zouden terecht komen. Dat ze zouden kunnen ruiken en voelen wat ik deed, en welke sfeer ik wil oproepen. Ik wil luisteraars meenemen op reis in mijn klankenuniversum.” 

Persoonlijk vinden we dat zijn muziek soms iets oosters heeft, of iets zen-achtig. “Ja, er zitten stukken in die een soort van rust brengen. Dat is ook wel een representatie van wie ik ben: ik ben een rustig iemand.” 

Ondertussen speelt Nick nog in een aantal bands. Wat is nou het leukst? “Ik vind samenspelen nog altijd de max, maar met niçæ heb ik nu ook een project waarmee ik mezelf nog meer en misschien ‘extremer’ kan uitdrukken. Daarin kan ik dingen spelen die ik nooit in een band zou kunnen doen. Tussen die twee zit een goeie balans.”