Marquis

Mathijs De Schamphelaere verpakt psychologische zoektocht in een jas uit de jaren ‘80

Hoe komt het dat verschillende culturen ter wereld, ook al hebben die geen contact gehad met elkaar, toch dezelfde oeroude verhalen met elkaar delen? En hoe kan je daarmee aan de slag gaan om er popmuziek van te maken? Mathijs De Schamphelaere (25, Kessel) trok op verkenning. De inspiratie die hij daaruit putte, goot hij in songs gedrenkt in eighties synthesizerpop. 

Hij doet dat als Marquis. Met die muzikale alias won hij al eens de Vlaams-Brabantse versie van Limbomania. “Wat tot enig kortstondig succes leidde, maar toch voelde ik me geen onderdeel van de muziekwereld,” zegt hij. “Maar nadat ik de opendeurdag had bezocht van PXL-Music, zei mijn vader die me terugreed naar huis, tegen me: ‘dat is het, ik denk dat dit is wat je moet gaan doen’.”

https://soundcloud.com/user-930928941/dreams-of-america-marquis/s-CoEqUEvm9V3

Het was via zijn vader dat hij ook een crush kreeg op de perfecte popsongs van de jaren ’80. “Ik herinner me nog goed dat hij me zijn oude iPod gaf. Naast muziek van Bruce Springsteen, The Beatles en co, stonden daar heel wat eightiessongs op. Daar ben ik veel naar beginnen luisteren. De muziek van toen had zijn eigen, typische klank, maar de groepen van toen slaagden er tegelijkertijd in om hun eigenheid te bewaren. Dat vond ik inspirerend. De nummers van Marquis maken in die sound, was logisch voor mij, het is de muziek die bij me resoneerde.” 
De student zang/songwriter ruilde daarom – al eerder – zijn gitaar in voor een synthesizer. “Voor de uitdaging. Op gitaar kwam ik soms in hetzelfde straatje terecht.”

Klierkoorts 

Is er ook een connectie met de inhoud van de songs? Daarvoor moeten we even terugspoelen, toen hij 16 was en op het middelbaar zat. “Ik kreeg klierkoorts en kon mijn laatste jaar op school niet afmaken. Ik voelde me er sowieso al niet thuis. Mijn diploma heb ik nog gehaald hoor, maar plots was het alsof ik er niet meer ‘bij hoorde’. Ik zag hoe anderen het gebruikelijke parcours aflegden, en ik niet. Ik heb toen van alles gedaan. Zelfs stroom- en gascontracten van deur tot deur proberen te slijten. Nu, die periode heeft me wel aan het denken gezet. Ik ben toen van start gegaan met een psychologische zoektocht.”

Jung 

Zijn promotor raadde hem aan om voor zijn bachelor een persoonlijk thema aan te pakken. Want een zanger/songwriter zégt iets: hij/zij werkt met tekst. Daar kwam die psychologische zoektocht bij om de hoek kijken, die Mathijs in een breder veld wilde onderzoeken. “Ik was altijd al gefascineerd door oude verhalen en hoe die in allerlei culturen opduiken, ook al hebben die culturen niks met elkaar te maken. De oude wijze man die je blindelings volgt, omwille van zijn kennis… Dat is iets wat je gewoon aanneemt, waar je geen vragen over stelt. Via mijn onderzoek kwam ik bij Carl Jung uit. Ik begon zijn lectuur te lezen en verdiepte me in wat hij archetypen noemt. Hij vergelijkt dat met een soort instinct, iets wat we allemaal aannemen in ons onderbewustzijn, zoals die oude wijze man.”

“Een goeie song, daar stel je je geen vragen bij” 


Compliment 

Volgende stap: omzetten in songs. “In het begin probeerde ik het misschien iets te letterlijk te doen, maar toen ik gewoon zo veel mogelijk ben proberen te schrijven, los van mijn bachelor en persoonlijk onderzoek, kwamen de songs pas echt eruit gerold. Ik schreef een hele output bij elkaar en heb daar de beste nummers uitgekozen. In plaats van letterlijk de link te leggen met de archetypes en het psychologisch onderzoek – al verwijs ik er soms nog rechtstreeks naar in de liedjes – was het vooral de inspiratie die het onderzoek me opleverde, die tot songs hebben geleid.  En ook: plots besefte ik dat een goeie song eigenlijk óók een archetype is. Daar stel je je ook geen vragen over, een goeie song is ook iets wat je gewoon aanneemt en wat bij veel mensen kan resoneren.”

https://soundcloud.com/user-930928941/lay-me-down-marquis

En zo krijgt Marquis een Janusgezicht: nummers die als lichte pop klinken, maar inhoudelijk diep graven. “Iets dat geapprecieerd werd door de jury bij de verdediging van mijn eindwerk,” zegt hij. “Een extern jurylid zei zelfs dat als ik hiermee zou gaan aankloppen bij een producer, er zeker succes mee kan hebben. Een geweldig compliment dat pas na een tijd écht tot me doorgedrongen is.”